Waren er vroeger alleen natuurlijke parels, tegenwoordig hebben we vooral cultivé en zoetwaterparels. Natuurllijke parels ontstaan doordat er deeltjes van buitenaf de oester binnen dringen. Om zichzelf te beschermen, begint het weefsel van de oester laagjes parelmoer te vormen rondom het vreemde deeltje en de parel is geboren. Natuurlijke parels zijn erg schaars. Om toch aan de vraag naar parels te kunnen voldoen, wordt er door de mens een vreemd deeltje (vaak een bolletje parelmoer) in de oester ingebracht om zo parels te kweken. Dit zijn de gekweekte of cultivé parels. De natuurlijke en de cultivé parel hebben met elkaar gemeen dat zij door oesters worden gemaakt in zoutwater. De zoetwaterparels daarentegen, worden door mosselen gemaakt. Hoewel het al vele eeuwen bekend is hoe zoetwaterparels gekweekt kunnen worden, wordt de techniek pas sinds de jaren '60 van de twintigste eeuw op grote schaal toegepast. Het voordeel is dat er meerdere parels (vaak wel 20) in één mossel kunnen worden gekweekt. Hierdoor zijn de zoetwaterparels een stuk goedkoper dan zoutwaterparels, zonder dat het verschil te zien is.
